“Onder onze voeten ligt geschiedenis”

Categorieën

  • Algemeen

Waar straks de Flora Campus Westland verrijst, gebeurt op dit moment van alles. De bouw van het eerste kantoor is gestart, tijdelijke woningen staan er al, stukken bestrating worden verwijderd en oude kabels en leidingen gaan de grond uit. Tegelijkertijd wordt archeologisch onderzoek gedaan. Want wat daar ligt, vertelt ons wie hier vóór ons leefden: van middeleeuwse boeren tot bewoners uit de Romeinse tijd. Wij spraken met archeoloog Lourens van der Feijst, die het onderzoek in dit gebied begeleidt. Hoe werkt zo’n onderzoek? Wat was Naaldwijk in de Romeinse tijd voor plek? 

“Elke schep grond is in feite een bladzijde uit een geschiedenisboek. Als je goed kijkt, kun je het lezen,” vertelt Lourens.

Waarom eerst archeologie?

De Flora Campus groeit uit tot de plek waar onderwijs, innovatie, onderzoek samenkomt. Een belangrijke stap voor de toekomst dus. Het archeologisch onderzoek zorgt dat we óók achteruit kijken en begrijpen hoe dit landschap door de eeuwen heen is gebruikt. “Bij grote bouwprojecten is archeologisch vooronderzoek verplicht,” legt Lourens uit. “Je wilt voorkomen dat waardevol erfgoed onopgemerkt verloren gaat. Dat doen we zorgvuldig en gefaseerd, zodat de planning van de ontwikkeling door kan gaan én het verleden wordt veiliggesteld.” Volgens Lourens maakt vooral de ligging van de Flora Campus het gebied interessant: “Naaldwijk ligt in een zone waar al langer sporen bekend zijn, op hogere zandkoppen tussen oude waterlopen. Dat zijn precies de plekken waar mensen vroeger graag woonden en werkten.” 

Hoe gaat het onderzoek in zijn werk?

Een archeologisch onderzoek begint met een bureauonderzoek. Lourens legt uit: “Hiermee bekijken we wat op die locatie (vermoedelijk) heeft gestaan. We bestuderen historische kaarten, lezen over eerdere onderzoeken in de buurt en op basis daarvan maken we een inschatting waar de kans op vindplaatsen het grootst is. Dan gaan we het gebied verder onderzoeken. Zo kunnen we hiervoor proefsleuven aanleggen; dit zijn smalle, lange sleuven verspreid over het terrein. Zo gaan we op zoek of er inderdaad sporen en vondsten in de bodem liggen. Met sporen bedoelen we verkleuringen in de grond. Deze verkleuringen kunnen ontstaan zijn door bijvoorbeeld hout of ijzer dat in de grond heeft gezeten. Als we vondsten en sporen vinden zoals paalkuilen, greppels, een waterput of aardewerk, dan gaan we het terrein opgraven. Dan gaan we de archeologie als het ware uit de bodem halen om zo deze informatie over vroeger veilig te stellen, voordat het door (graaf)werkzaamheden verdwijnt. En met dat laatste zijn we nu bezig bij Flora Campus Westland.” 

 Alles wat wordt aangetroffen, wordt zorgvuldig gedocumenteerd, gefotografeerd en ingemeten. “Pas als we het verhaal van een vindplaats goed hebben vastgelegd en, waar nodig, objecten hebben geborgd, kan de bouw verder. Het doel is niet alles op te graven, maar kennis duurzaam veilig te stellen.” 

Naaldwijk in de Romeinse tijd: akkers, waterwegen en uitwisseling

Een paar duizend jaar geleden zag het Westland er heel anders uit dan nu. “Er waren toen nog niet zoveel dijken die het water van de rivieren en van de zee tegenhouden zoals nu. Al dat water zorgde ervoor dat de grond heel drassig werd en dat er riviertjes en kreken ontstonden. 

In het begin van onze jaartelling waren er geen overstromingen meer. Het zand, grind en klei dat met het water mee kwam vormden langzaam maar zeker een verhoogd stuk land. Deze oevers waren perfect om te wonen, vee te laten grazen, moestuintjes en akkertjes aan te leggen. De Romeinse invloed reikte tot in deze kuststreek, vooral via handel en gebruikswaar. Je ziet dat terug in aardewerk, bouwfragmenten of soms metaalvondsten.” 

Wat gebeurt er met de vondsten?

Na het veldwerk begint het laboratorium- en uitwerktraject. “Vondsten worden  gewassen, gelabeld en we analyseren alles,” aldus Lourens. “Specialisten kijken naar aardewerk, botmateriaal, hout en grondmonsters. Daarmee kunnen we datering verfijnen en vragen beantwoorden over voeding, ambacht, of het landschap.” Nadat het onderzoek is uitgewerkt en alles kritisch is bekeken, geanalyseerd en gedigitaliseerd, worden de vondsten ingeleverd bij het provinciaal depot.